zaterdag 24 april 2021

Boekencast: The checklist manifesto

Het boek The Checklist Manifesto van Atul Gawande is een interessante introductie in het nut van checklists, al ontbreekt het ironisch genoeg aan een checklist om er zelf een te maken. Gawande is een Amerikaanse chirurg en schrijver. Hij begint het boek met zijn ervaringen in ziekenhuizen, waar hij met een eenvoudige, rudimentaire checklist voor operaties de overlevingskans van patiënten verhoogt en het aantal complicaties vermindert. Bovendien levert dit kostenbesparingen op voor ziekenhuizen.


Daarna schakelt hij over naar voorbeelden uit de bouw. Zijn stelling: door toenemende complexiteit kunnen we niet langer vertrouwen op één expert – of dat nu een chirurg of een bouwmeester is. In plaats daarvan moeten we leunen op samenwerking en goede communicatie, waarbij de checklist een cruciale rol speelt.

Van daaruit ontspint zich een verhaal over het ontwikkelen van een universele checklist, getest in ziekenhuizen over de hele wereld – van moderne centra tot klinieken met beperkte middelen. Het doel is een checklist die in elke context toepasbaar is, maar lokaal aangepast kan worden. In zijn zoektocht komt Gawande uit bij Daniël Boorman, ingenieur bij Boeing en leider van de zogenaamde "Checklist Factory". Boeing ontwikkelt checklists voor allerlei noodscenario’s, speciaal ontworpen voor ervaren piloten. Het boek staat vol met leerzame en soms verrassende verhalen over het gebruik van checklists in verschillende sectoren.

De inspanningen van Gawande en zijn team leiden uiteindelijk tot een officiële checklist van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die drie momenten tijdens een operatie dekt: vóór de narcose, vóór de eerste incisie en vóór het verlaten van de operatiekamer. Maar daarmee is de missie niet voltooid – want implementatie is één ding, acceptatie iets anders.

Gawande haalt ook voorbeelden aan uit de financiële wereld, waar beleggingsfondsen met behulp van checklists betere beslissingen nemen – niet omdat ze slimmere mensen zijn, maar omdat ze systematischer te werk gaan.

Zijn conclusie is dat het succes niet zozeer in de checklist zelf zit, maar in de manier waarop mensen door zo’n lijst beter samenwerken als team. Dat inzicht neem ik mee naar mijn eigen vakgebied; ik wil kijken hoe ik dit in mijn werk kan toepassen.

Opmerkelijk is ook hoe Gawande, wanneer hij door de WHO gevraagd wordt om een wereldwijde ziekenhuischecklist te ontwikkelen, eerst de geschiedenis induikt. De eerste preflight-checklist voor vliegtuigen ontstond namelijk na de crash van een testvlucht met de Boeing B-17 Flying Fortress – een ongeluk dat met een simpele checklist voorkomen had kunnen worden.





zondag 7 februari 2021

Family links

Eerste stappen in de digitale wereld: mijn zoon en zijn eerste mobieltje

Mijn tienjarige zoon heeft sinds een paar maanden een mobieltje – een iets ouder, maar nog prima modelletje van zijn oma. Met een stoere Ajax-stoothoes eromheen, Seven Nation Army als ringtone en een foto van Tadic als achtergrond is hij er helemaal klaar voor. Zo gaat dat tegenwoordig. Om zijn eerste stappen in de digitale wereld veilig en onschuldig te laten verlopen, besloot ik om beperkingen in te stellen. Zo kwam ik uit bij Google Family Link.

Installatie

Google Family Link wordt automatisch op je eigen telefoon geïnstalleerd wanneer je een Google-account aanmaakt voor je kind. Daarmee koppel je jouw account aan dat van hem of haar, in een ouder-kindrelatie. De app komt op beide toestellen te staan, en je kunt vervolgens allerlei instellingen beheren.

Restricties

Mijn zoon mag tussen 7:00 uur ’s ochtends en 19:00 uur ’s avonds maximaal twee uur op zijn telefoon. Voor apps met een leeftijdsgrens – en dat is vrijwel alles – moet hij eerst toestemming vragen. Social media zijn sowieso nog geen optie, want daar moet je minimaal 13 jaar voor zijn. Dat ontdekte ik toen ik ooit mijn Facebook-account wilde verwijderen door mijn geboortedatum aan te passen naar onder de 13: het account werd toen direct gesloten. Veel spellen bevatten betaalopties, waarvoor ook een minimumleeftijd geldt. Als ouder kun je apps of in-app aankopen goedkeuren met je eigen wachtwoord. Mijn zoon is dol op Brawl Stars en mag van zijn zakgeld af en toe iets kopen. Dat gaat dan via mijn creditcard, maar hij kan die aankopen zelf niet afronden zonder mijn toestemming. Voor kinderen onder de 13 zijn de beperkingen in Family Link het strengst. Zo kunnen ze geen gewone YouTube gebruiken: de app laat zich niet installeren, en via de browser worden ze automatisch doorgestuurd naar YouTube Kids. Dat platform heeft een sterk beperkte videobibliotheek. Daarom heb ik zijn leeftijd iets verhoogd, zodat hij toegang heeft tot de reguliere YouTube-app. We houden dat al jaren samen in de gaten, en dat gaat eigenlijk prima.

Flexibiliteit

Soms is het nodig om de twee uur schermtijd tijdelijk te verlengen, bijvoorbeeld in het weekend of op een regenachtige dag. Dat kan eenvoudig via de app op mijn eigen telefoon. Ik voeg dan in stapjes van vijf minuten extra tijd toe, en dat is vrijwel direct actief op zijn toestel.

Meer dan technologie

Toch draait het niet alleen om technische controle. Opvoeding blijft essentieel. Denk aan de ‘netiquette’ van vroeger: hoe je je online hoort te gedragen. Ik ben me daar nog volop in aan het verdiepen. Het is een enorm terrein, en ik behoor tot de generatie die daar zonder handleiding in is gegroeid. Een paar basisregels proberen we al aan te leren: geen foto’s delen, geen geld geven aan vloggers, alleen communiceren met bekenden, en geen telefoontjes aannemen van onbekenden.

Zelfstandigheid ontwikkelen

Via de app kun je als ouder precies zien welke apps je kind gebruikt en hoelang. Toch heb ik me voorgenomen om niet alles mee te kijken – al is dat soms best verleidelijk. Het is mooi om te zien hoe hij zijn eerste WhatsAppjes stuurt naar opa’s, oma’s en andere familieleden. Hij maakt zijn eerste foto’s, ontdekt hoe hij zijn achtergrond kan veranderen, of zijn ringtone kan aanpassen. Zo begeleiden we hem stap voor stap naar digitale zelfstandigheid.

Poesjes

En dan is er natuurlijk nog het schrikbeeld van iedere ouder: dat je kind in aanraking komt met ongepaste inhoud, de zogenoemde "poesjes". Google Family Link biedt daar geen sluitende oplossing voor. Wat je in dat geval moet doen, is de DNS-instellingen aanpassen. Hoe dat precies werkt, beschrijf ik in een ander vlog.

Laat me weten als je deze stijl verder wil doortrekken naar andere teksten of formats.



zondag 24 januari 2021

If—

"If—" is een gedicht van de Engelsman Rudyard Kipling (1865–1936), geschreven rond 1895 en gepubliceerd in 1909. Het werd geïnspireerd door de militaire successen van Leander Starr Jameson, een populaire figuur en legeraanvoerder in het Victoriaanse Engeland. Jameson werd geprezen om zijn rusteloze energie, logische denkwijze en scherpzinnigheid.

Het gedicht verheerlijkt de normen en waarden die destijds van een man verwacht werden: de beroemde "stiff upper lip", stoïcisme en discipline. Kipling schreef het als inspiratie voor jonge mannen om volgens deze idealen te leven.

In de laatste regels richt Kipling zich tot zijn zoon John (1897–1915), die – wrang genoeg – later zou sneuvelen in de Eerste Wereldoorlog. If— geldt als het populairste gedicht van Engeland. De beroemde regels:

"If you can meet with Triumph and Disaster / And treat those two impostors just the same"
staan gegraveerd boven de ingang van Wimbledon’s Centre Court.



zondag 17 januari 2021

Running low on bits

Adobe Illustrator 10 op Windows 10: Error Code 202 oplossen

Ruim tien jaar geleden werkte ik als graficus en gebruikte ik software zoals Adobe Photoshop 4 en Adobe Illustrator 10, ook thuis. Hoewel ik nu minder vaak met deze programma's werk, pak ik nog steeds de oude ISO-bestanden erbij om ze te installeren. Deze versies stammen uit 2002—vér voor de Creative Suite-tijd—dus ik gebruik écht de vierde versie van Photoshop.

Laatst wilde ik een logo aanpassen en installeerde ik Adobe Illustrator 10. De installatie verliep zonder problemen, so far so good. Maar in tegenstelling tot de soepele werking op Windows XP, Vista, 7 en zelfs 8, kreeg ik op Windows 10 bij het starten een Error Code 202—en dat was het dan.

Na wat zoeken vond ik online enkele verwijzingen naar deze foutmelding, maar geen bruikbare oplossingen. Ik vermoedde dat het probleem niet zozeer bij Windows 10 lag, maar bij het feit dat ik een volledig 64-bit systeem gebruikte, terwijl Adobe Illustrator nog 32-bits is. Gelukkig vond ik een workaround waarmee je 32-bit applicaties op een 64-bit systeem kunt draaien.


1.       Open het Configuratiescherm (Control Panel) en klik op Programma’s (Programs).


2.       Klik op Windows-onderdelen in- of uitschakelen (Turn Windows features on or off).


3.       Selecteer Internet Information Services (IIS) en klik op OK.


4.       IIS wordt nu geïnstalleerd.

5.       Start IIS door in het Windows-menu “IIS” te typen en de juiste optie te selecteren.


6.       Klik op je server/desktopnaam en ga naar Application Pools.

 

7.       Klik met de rechtermuisknop op DefaultAppPool en kies Advanced Settings.

 

Zet bij Enable 32-bit Applications de waarde van False op True en klik op OK. Nu zou je Adobe Illustrator weer moeten kunnen starten!



maandag 28 december 2020

Breaking: Tailwind Traders acquiers Northwind!

 


Op donderdag 21 maart 2019 bezocht ik Microsoft Ignite On Tour in de RAI, en ik kan het iedereen aanraden. Hieronder deel ik enkele handige tips over de voorbereiding en de ervaring zelf, inclusief verwijzingen naar interessante technologieën.

Even ter achtergrond: ik werk als systeembeheerder en houd me veel bezig met SQL.

Handige tips voor Microsoft Ignite On Tour

  1. Schrijf je op tijd in – Zorg ervoor dat je je vroeg registreert om een plek te bemachtigen.

  2. Verken de website met Ignite-sessies – Bekijk vooraf welke sessies relevant zijn voor jouw vakgebied.

  3. Meld tijdig dat je de beurs wilt bezoeken via de congres-app – Dit helpt bij planning en goedkeuring.

  4. Motiveer je verzoek – Geef duidelijk aan waarom deelname waardevol is voor jouw werk.

Toen ik een e-mail over Ignite ontving, heb ik me meteen ingeschreven. Op de website vond ik een Learning Path genaamd "Migrating Applications to the Cloud", wat me interessant leek. Dit bestond uit vijf gerelateerde sessies rondom de fictieve bedrijven Northwind en TailWind Traders. In dit scenario stonden zij voor de uitdaging om hun IT-afdelingen te consolideren en van on-premise naar de cloud te migreren. Hiermee had ik de eerste drie tips direct toegepast.

Mijn motivatie: Systeembeheer verandert continu. Uit ervaring weet ik dat SQL lastig te verkopen is, omdat het grotendeels onzichtbaar blijft. Toch is de data die erin zit, en de applicaties die ermee werken, essentieel voor het kapitaal en onderscheidend vermogen van een onderneming. De migratie naar de cloud is daarom een belangrijke stap. Maar hoe verloopt dat proces precies?

Mijn ervaring op de beurs

Bij aankomst in de RAI liep ik na de check-in eerst een ronde over de beursvloer. De beurs bestond uit twee grote Hub-hallen en verschillende presentatieruimtes, variërend van zalen voor 200-300 personen tot ruimtes die plaats boden aan wel 600 man.

De Hub-hallen waren gevuld met stands van partners, waar bezoekers freebies konden krijgen en Microsoft-medewerkers informatieve sessies gaven.

Navigeren was eenvoudig dankzij de Microsoft Event App, maar er was ook volop behulpzaam personeel aanwezig. Overal stonden medewerkers klaar om te helpen. Bij de ingang werd mijn beursbadge gescand met een Windows Phone(!), waarna ik een geschikte plek zocht in de donkere zaal.

 


MIG10: Migrating Web Applications to Azure

  • Duur: 60 minuten

  • Presentator: Jay Gordon [@jaydestro]

  • Zaal: Eliseum 1, 200-300 man publiek

Tijdens deze sessie liet Jay Gordon zien hoe Tailwind Traders de web API (frontend) van Northwind migreert naar hun eigen Azure-omgeving. De MongoDB en SQL Server backends blijven voorlopig on-premise.

Jay demonstreerde het uitrollen, beheren, monitoren en back-uppen van een Node.js- en .NET Core API via de browser, Azure CLI en PowerShell. De uiteindelijke configuratie werd opgeslagen als een Azure Resource Manager (ARM) template, vermoedelijk voor latere configuratiebewaking. Ook Azure Threat Protection (ATP) werd kort besproken.

Hij sloot af met enkele links naar nuttige resources en een vragensessie. De kernboodschap van de presentatie? Microsoft neemt de infrastructuur uit handen, zodat jij je volledig kunt richten op je applicatie.

 


MIG20: Moving Your Database to Azure

  • Duur: 60 minuten

  • Presentator: Laurent Bugnion [@Lbugnion]

  • Zaal: Eliseum 1, 200-300 man publiek

In deze sessie werd gedemonstreerd hoe het DevOps-team de MongoDB migreert naar Azure Cosmos DB en SQL Server naar Azure SQL Server Managed Instance (PaaS).

De Azure Cosmos DB API faciliteerde de daadwerkelijke lift-and-shift en biedt ingebouwde geo-replicatie, ondersteuning voor diverse databases en verschillende modellen. Laurent liet de benodigde tooling zien, zoals de Azure Data Migration Tool voor de voorbereiding. Daarnaast werd de Azure Data Box als optie voor offline datatransport besproken.

Een belangrijk punt in de demonstratie was het gebruik van protocollen zoals mongodb:// en tcp:// binnen Azure. De implementatie, migratie en het beheer werden getoond, met als key takeaway dat dit allemaal met zero downtime kan plaatsvinden.

Veel product placement, maar nuttige inzichten

Zoals te verwachten bij een Microsoft-event, bevatte de presentatie de nodige promotie. Er werd veel gesproken over ISV-oplossingen, hyperscale en de manier waarop Azure Data Box grote datavolumes kan verwerken. Laurent demonstreerde hoe je binnen Windows via de Linux command-line een Azure Resource Manager (ARM) template kunt aanmaken.

Ook SQL Managed Instance kreeg veel aandacht, vooral als pad voor een migratie van SQL Server 2005 naar de cloud. Belangrijke voordelen zoals Azure Threat Protection (ATP), verbeterde compatibiliteit en een bijna 100% SLA werden besproken. De conclusie? Pas simpelweg de connection strings in je applicaties aan, en de migratie is voltooid.

Voor het eerst werd ook Azure Cost Management aangestipt, waarbij werd benadrukt hoe organisaties controle kunnen houden over verbruik en kostenoptimalisatie.

Presentatiemateriaal MIG20

Laurent Bugnion sprak Engels met een sterk Frans accent, wat opvallend goed werd vertaald door Cortana—hoewel Docker af en toe als Doctor werd weergegeven. Verder verliep de vertaling vlekkeloos.

Na de sessie nam ik een korte pauze en haalde snel een kop koffie. Ondanks de drukte waren de koffietafels goed bereikbaar. Onderweg kwam ik collega’s van Co-Sourcing, MKBO en enkele architecten tegen. Bij de derde sessie trof ik Chris Petit.

 


MIG30: Deploying Your Application Faster and Safer

  • Duur: 60 minuten

  • Presentator: Damian Brady [@damovisa]

  • Zaal: Eliseum 1, 200-300 man publiek

De manier waarop applicaties worden uitgerold is de afgelopen jaren drastisch veranderd—van handmatige processen naar geautomatiseerde routines. Met de komst van de cloud is dit nóg eenvoudiger geworden. In deze sessie liet Damian Brady zien hoe een klein DevOps-team met behulp van automation kan werken aan continuous deployment van applicaties via Azure Services.

Van traditionele deployment naar DevOps

Eerst werd de klassieke methode besproken: een ontwikkelaar schrijft code, documenteert zijn werk en ‘gooit het over de muur’ naar operations (Ops)—de beruchte Wall of Confusion. Vervolgens werd DevOps geïntroduceerd, waarbij alles binnen één klein team gebeurt, zonder die scheiding.

Damian demonstreerde hoe je A/B-testen kunt automatiseren en hoe goedkeuringen met Docusign geautomatiseerd kunnen worden. Als afsluiting liet hij zien hoe de uitrol van een webservice, database en mobiele app volledig geautomatiseerd kan plaatsvinden—met slechts een paar klikken.

Azure DevOps als sleutel tot snelle deployment

De showcase draaide om Azure DevOps, met tools zoals Boards, Pipelines, Repos, Test Plans en Artifacts. Door gebruik te maken van Azure Pipelines wordt continuous integration en continuous deployment veiliger en sneller. De geautomatiseerde stappen omvatten onder andere het opstarten van VM's, goedkeuring via Docusign en het live zetten van een applicatie.

Microsoft focust hier duidelijk op het ondersteunen van bestaande applicaties en ontwikkeltools om de adoptie van Azure te bevorderen. Hun boodschap is helder: Any language running on any platform. Naast de gebruikelijke namen zoals Chef, werd zelfs Cobol genoemd—een teken dat Microsoft inzet op volledige platformagnosticiteit. Platforms are dead.

Presentatiemateriaal MIG30

Veel Dev, weinig Ops—ik kon het verhaal goed volgen, maar mijn collega Chris Petit van 1ICT deed live mee. Opvallend was dat alle presentatoren op Macs werkten, net als Chris. Geen Surface gezien.

Tijdens de lunch schoof ik aan bij collega’s van Co-Sourcing en MKBO. Overal kon je kiezen uit pakket 1 of pakket 2: een doosje met een zakje chips, een broodje, linzensalade en bestek.

Tip 5: Eten is niet te koop, dus neem iets mee!

Na de lunch ging ik weer richting Eliseum, in afwachting van deel 4—alleen zat ik verkeerd, ik moest naar…

 


MIG40: Modernizing Your Application with Containers and Serverless

  • Duur: 60 minuten

  • Presentator: Erik St. Martin [@erikstmartin]

  • Zaal: HAL11, 400-500 man publiek

Tailwind Traders stimuleert experimenteren en het ontwikkelen van nieuwe ideeën binnen hun kleine DevOps-team. Hoewel ontwikkelaars momenteel werken op VM's in Azure, is dit geen schaalbare oplossing voor productiesystemen. In deze sessie werd getoond hoe het team overstapt van VM’s naar containers, waardoor hun werkwijze flexibeler en beter herhaalbaar wordt.

Van VM’s naar containers

Na een korte uitleg over Docker files en Azure Container Instances (ACI) (Containers On Demand), volgde een demo waarin werd getoond hoe containers via de Azure CLI kunnen worden gelanceerd. Azure biedt standaard container templates voor Node.js, PHP, .NET en Python, wat de flexibiliteit vergroot.

Ook werden de beperkingen van containers besproken. Een showcase over Azure KeyVault en de Secret Management Store demonstreerde hoe je in Azure geen clear text credentials hoeft op te geven, maar versleutelde strings kunt gebruiken—een belangrijke beveiligingsmaatregel.

Azure Container Registry en Serverless

Verder werd het Azure Container Registry toegelicht, waar kant-en-klare containers beschikbaar zijn. Er werd getoond hoe je met Azure App Services rollende updates kunt uitvoeren, zodat applicaties zonder downtime worden bijgewerkt.

Tot slot werd Serverless gepresenteerd als “everything you don’t have to think about”—een oplossing waarbij infrastructuurbeheer volledig wordt uitbesteed. Ook deze sessie had een sterke DevOps-focus.

Presentatiemateriaal MIG40 (met video-opname)

Na een korte pauze keek ik nog even naar een presentatie in een van de hallen. Tijdens het zoeken naar een plek werd ik naar een stoel gebaard door een enthousiast gebarende medewerker. Op de stoel lag een lot—blijkbaar was het de bedoeling dat je bleef zitten om aan het eind mee te doen aan een tombola. De prijs? Een headphone ter waarde van 350 euro.

Snel verder naar de laatste sessie! Onderweg trof ik een teamlid en zag ik enkele collega’s van 1ICT een plek zoeken.

 


MIG50: Consolidating Infrastructure with Azure Kubernetes Service

  • Duur: 60 minuten

  • Presentator: Erik St. Martin [@erikstmartin]

  • Zaal: HAL11, 400-500 man publiek

Wat is Kubernetes (K8s), en hoe sluit het aan bij containers? Kubernetes is een open-source container orchestration framework waarmee de geautomatiseerde uitrol, schaalbaarheid en het beheer van containerized applicaties wordt geregeld.

Met Kubernetes kan een DevOps-team gestructureerd werken aan:

  • A/B-testing

  • Blue/Green deployments (acceptatie/prod)

  • Rollbacks voor gecontroleerde terugdraaiingen

  • Rollende updates, waarbij nieuwe instances live worden gebracht en oudere worden verwijderd

Van containers naar Kubernetes in Azure

Deze sessie bouwde voort op de vorige en ging dieper in op Azure App Service for Linux (PaaS voor containers) en Azure Kubernetes Service (AKS). Hiermee werd getoond hoe een containerized applicatie efficiënt kan worden uitgerold.

Om de basisprincipes van Kubernetes uit te leggen, werd gebruikgemaakt van het kinderboek "Phippy Goes to the Zoo", evenals de visuele handleiding "Illustrated Guide to Kubernetes".

Presentatie materiaal MIG50 (met video registratie)

 


Slotgedachten

De presentaties waren goed opgebouwd—al was het soms alsof je naar een Harlem Globetrotters-demo keek. De hele beurs was strak georganiseerd, zonder dat het dwingend aanvoelde. Het tempo lag hoog, wat de ervaring pittig maakte.

Voor gadget hunters is de eerste dag het meest interessant; op dag twee is de spoeling vaak wat dunner.

Microsoft's focus op Azure

Microsoft zet stevig in op Azure door drempels te verlagen en adoptie te stimuleren. De nadruk ligt op maximale ontzorging—van een simpele VM in de cloud, naar Azure SQL Server, vervolgens Azure SQL Managed Instance, en uiteindelijk Serverless. Het doel? Gebruikers moeiteloos in het ecosysteem laten opgaan.

Hoewel er nog geen volledige functionaliteitspariteit met on-premise oplossingen is, lijkt dat slechts een kwestie van tijd.

Daarnaast heb ik interessante nieuwtjes opgepikt over Microsoft Learning en de Public Preview van Windows Virtual Desktop. Indrukwekkend. Goede show.

dinsdag 3 november 2020

Living it up like it's real life

The Heels of Love is een elektronisch duo uit Milaan, bestaande uit Luca Saponaro en Michele Tessadri, tevens de oprichters van het Mad On The Moon label. Als zowel DJ’s als producers brengen ze een unieke dynamiek in hun muziek, die diep geworteld is in de underground elektronische scene.

Zelf omschrijven ze hun stijl als “two disco reprimands with an unhealthy penchant for slap bass, synths and vintage drum machines”. Hun sound wordt gekenmerkt door energieke baslijnen, analoge synths en retro drumcomputers, wat resulteert in een eclectische mix van disco en elektronica.

Hieronder hun track “Chain Gang”, een samenwerking met DJ en producer Max Essa (ook bekend als Max Bruce). Klik om naar het nummer te gaan.





zondag 25 oktober 2020

Game changer or player changer?

In 2015 was het groot nieuws (toen ik er voor het eerst over schreef), maar voor een niet-techneut bleef het een blindganger: Microsoft bracht Visual Studio Code uit. Dit was bedoeld om het Microsoft-platform beter toegang te geven tot andere ecosystemen, zoals de mobiele markten van Apple en Google en de opmars van Linux in de cloud. Maar waar draait het eigenlijk om?

Microsoft’s uitdaging

Microsoft heeft een probleem. Het traditionele Windows NT-besturingssysteem, ooit de drijvende kracht achter het ecosysteem van het bedrijf, heeft geen rooskleurige toekomst meer. Hoewel Microsoft nog steeds buitengewoon succesvol is en recordwinsten heeft gegenereerd in de afgelopen decennia, veranderen de markten.

De geschiedenis van Wintel

Jarenlang groeide de computerindustrie dankzij steeds krachtigere hardware: snellere Intel-processors, uitgebreidere geheugenchips, grotere harde schijven en geavanceerdere grafische weergaven. Dit maakte het mogelijk voor Microsoft om telkens zwaardere iteraties van het Windows NT-besturingssysteem uit te brengen. Het beruchte Wintel-spel was geboren.

Microsoft had in de vroege jaren tachtig een grote invloed op IBM. Toen Big Blue merkte dat het marktaandeel verloor aan “minicomputers” (nog steeds het formaat van een koffertje), zagen ze dit als een mogelijke bedreiging voor hun kernactiviteiten: mainframes, de enorme machines die de grootste industrieën ter wereld aandreven. IBM besloot een pc te bouwen, maar brak met hun traditionele aanpak door onderdelen op de markt te kopen in plaats van alles zelf te ontwikkelen. Zo werd de eerste IBM PC geboren, met een Intel 8086-processor.

IBM had ook een besturingssysteem nodig, en met één belangrijke voorwaarde: het mocht slechts één programma tegelijk draaien, zodat het geen concurrentie vormde voor hun mainframes. Toen een jonge Bill Gates een kans rook, verkocht hij hen een matige kopie van het populaire CP/M-besturingssysteem, genaamd MS-DOS. Zijn enige eis? Hij mocht MS-DOS aan iedereen verkopen die geïnteresseerd was.

Clone Wars

De IBM-PC was een gigantisch succes. Kleine bedrijven die zich geen volwaardige computer konden veroorloven, profiteerden enorm van de nieuwe technologie. Al snel begonnen andere bedrijven zoals HP, Dell en Compaq IBM-PC-klonen te maken die IBM's prijzen onderboden.

IBM had weinig controle over deze ontwikkelingen, omdat hun PC gebruikmaakte van standaardhardware. Microsoft was de grote winnaar: zij konden hun besturingssysteem verkopen aan elke fabrikant die compatibele pc’s maakte. Dit leidde tot een explosieve groei van de markt voor IBM-PC-compatibele hardware en software. Microsoft floreerde.

Gooey: De opkomst van de GUI

Apple bracht de eerste computer met een grafische gebruikersinterface (GUI) uit—een systeem waarin gebruikers programma’s konden bedienen door op pictogrammen op een “desktop” te klikken. Microsoft had inmiddels tekstverwerkingssoftware zoals Word en spreadsheets zoals Excel ontwikkeld. Apple zocht software om hun computers nuttig te maken en verwelkomde de producten van Microsoft. Sterker nog, ze stonden Microsoft toe om hun raamstijl te gebruiken—tenminste, zolang Steve Jobs niet keek.

Ondertussen werkten Microsoft en IBM samen om hun eigen GUI te ontwikkelen. Dit leidde tot OS/2, een besturingssysteem waarin IBM de technische werking op zich nam terwijl Microsoft de GUI ontwierp. IBM wilde niet opnieuw een strategische fout maken, maar... dat deden ze toch.

De lange ontwikkeltijd van OS/2 gaf Microsoft de kans om hun Windows-GUI te koppelen aan hun eigen MS-DOS-besturingssysteem. Zo ontstond de eerste volwaardige versie van Windows. Terwijl IBM vastzat aan OS/2, zag Microsoft de vraag naar hun nieuwe GUI groeien en zette het stevig door.

Closed Source versus Open Source

Microsoft is een closed source-bedrijf, wat betekent dat alleen zij toegang hebben tot de broncode van hun software. Dit geeft hen een concurrentievoordeel en bindt klanten aan hun producten, omdat zij moeten betalen om de software te gebruiken. Daartegenover staat open source, een fundamenteel ander model waarbij de software gratis beschikbaar is en de broncode vrij kan worden gedownload en aangepast. Verdienen gebeurt hier vooral via ondersteunende diensten: als gebruikers hulp nodig hebben, betalen ze de ontwikkelaars.

Closed-source bedrijven haalden de winst binnen, terwijl open-source ontwikkelaars steeds slimmere tools creëerden. Om de open-source gemeenschap tegemoet te komen, begon Microsoft voorzichtig projecten te initiëren om het speelveld te verkennen. Een daarvan was Mono, een achterwaarts ontworpen implementatie van het .NET-platform, bedoeld om .NET-code op Unix/Linux-systemen bruikbaar te maken. Zonder officiële steun van Microsoft bleef het project echter achter in ontwikkelingstijd en budget. Toch was het een interessante zet.

Mono als brug naar Android en iOS

Ironisch genoeg werd Mono uiteindelijk Microsofts toegangspoort tot de mobiele markten van Google Android en Apple iOS. Beide besturingssystemen leunen zwaar op open-source technologieën, waardoor Mono een strategisch brugpunt werd. De logische stap? Mono volledig integreren binnen het .NET-ecosysteem. Dus waar wacht Microsoft nog op?

It will be fixed in version three…

Microsoft introduceerde Visual Studio Code—een krachtige IDE die draait op Windows, Linux en macOS. Dit platform bevat een compatibiliteitslaag die Android- en iOS-apps op Windows kan uitvoeren. Daarnaast diende het als een cruciale schakel in Windows Server 2012, waardoor PowerShell een efficiënter beheer van Linux-servers mogelijk maakte.

Door deze strategische zet bleef het Microsoft-ecosysteem relevant, ondanks de afnemende afhankelijkheid van het Windows-besturingssysteem zelf—hun decennialange cashcow. De visie was helder: dezelfde code moest bruikbaar zijn op een server, pc, laptop, tablet, smartphone, en zelfs een smartwatch.

Hallelujah? Of toch even wachten?

Gebaseerd op Microsofts track record weten we één ding zeker: de eerste versie van een nieuw product laat vaak te wensen over. De tweede versie introduceert bizarre veranderingen die gebruikers frustreren. Tegen de derde iteratie begint het product eindelijk praktisch bruikbaar te worden, terwijl versie vier mensen al enthousiast maakt voor nummer vijf.